Verzorging Hoefverzorging


Hoefverzorging : nuttige tips.


Krab de hoeven altijd voor en na het rijden goed uit met een hoevenkrabber. Eén keer in de week hebben de hoeven een grote beurt nodig. Dit doet u wanneer de hoeven een beetje droog lijken. De hoeven moeten dan goed nat zijn zodat de hoef het water kan opnemen en hierna een likje vet opkrijgen. De onderkant kan ook ingevet worden. Maar als de onderkant wat vochtig is en een onfrisse geur vertoont dan kan u de onderkant (NIET de bovenkant !) insmeren met hoefteer.


 

De waterborstel : Om het vuil van de hoeven te wassen gebruikt u een emmer water en een waterborstel. Schrob de onderkant voorzichtig uit om de straal niet te bezeren. Zet de hoef op de grond en maak de hoornwand schoon.


De hoefvet of -olie en het hoefkwastje
: U kan direct hierna de hoeven invetten zodat het water op de hoeven door het vet van de hoefvet of -olie niet weg kan geraken. Let erop dat als u hoefvet of -olie koopt dat hierin laurierolie zit, het bevordert de hoefgroei. U vet de hoeven in met een verfkwastje van 2-2,5 cm of een kwastje dat hiervoor is bestemd (hoefkwastje). Smeer zowel buiten- als onderkant in, met inbegrip van de hoefballen. Tenzij de onderkant vochtig is en deze onfris ruikt vet u de onderkant in met hoefteer. Hoefolie is goed voor paarden met gespleten of broze hoeven. Sommige oliesoorten bevatten een ontsmettingsmiddel tegen infecties. Het verschil tussen hoefvet en hoefolie is dat hoefvet vaster is dan hoefolie en hoefolie vloeiender is dan hoefvet.




Het hoefbeslag : Een paard dat regelmatig buiten gereden wordt, heeft om de zes tot acht weken nieuwe ijzers nodig. Hoefijzers beschermen de draagrand, die op harde wegen sneller slijt dan het hoorn aangroeit. Alleen een paard dat uitsluitend op zachte bodem wordt gereden, kan eventueel zonder ijzers. Maar ook een dergelijk paard zal regelmatig een bezoek van de hoefsmid nodig hebben.