Uitrusting Inleiding

Er zijn een paar dingen die je nodig hebt als je wilt gaan rijden. Op dit plaatje hieronder staan er een paar afgebeeld. Eronder staan de beschrijvingen.

 

Bit en hoofdstel:

Het hoofdstel en bit zijn ervoor om het paard te sturen. Je moeten een paard nooit hard in zijn mond trekken, omdat dat de mond stuk kan maken. Er bestaan veel verschillende hoofdstellen, zoals dit hoofdstel en ook nog de Bosal ( of een hackamore). Dat is een milde optoming die goed te gebruiken is door westernruiters.

 

Zadel, sjabrak en stijgbeugel:

Het zadel zorgt ervoor dat je makkelijk zit en er ook niet zo snel vanaf valt. Met je voeten kun je steunen op de stijgbeugels. Zonder stijgbeugels is het erg moeilijk om licht te rijden. Onder het zadel moet altijd een sjabrak of een deken liggen. Dat zorgt ervoor dat het zweet wordt opgenomen en dat het zadel lekker zacht op de rug van het paard licht.

 

Cap en rijlaarzen:

Een cap is om je hoofd te beschermen tijdens een eventuele val. Rijlaarzen zijn niet noodzakelijk, maar wel fijn om mee te rijden. Je kunt ook mini-chaps gebruiken, daar draag je schoenen met een kleine hak onder. Mini-chaps komen tot onder je knieën. Western-chaps zijn van je heup tot je enkels. Hier draag je ook schoenen of westernlaarzen onder.

 

Zweep en sporen:

Sporen en zwepen zijn ervoor om de kuithulpen te versterken. Je moet er natuurlijk niet heel hard mee in de buit gaan prikken, maar alleen licht aanraken.  Beginnende ruiters moeten nooit sporen aan. Die kunnen beter een zweep gebruiken. Je hebt verschillende soorten zwepen, zoals de dressuurzweep (deze is lang) en de springzweep (deze is kort). 

 

Rijjasje en handschoentjes:

Als je gaat rijden hoef je niet per se een rijjasje aan. Dat is alleen bij dressuur- of springwedstrijden. Normaal doe je gewoon lekker zittende kleding aan. Bijvoorbeeld ook rijhandschoentjes. Die kun je gebruiken voor meer grip op de teugels, of gewoon als je koude handen hebt.