Stallen en stands Stalmanieren en ondeugden


Stalmanieren

Een paard vindt het niet altijd even leuk om in de stal te staan. Hij heeft er maar weinig bewegingsruimte. Verveelt hij zich of heeft hij een slechte bui, dan kan hij lastig of zelfs gevaarlijk. Leer hem daarom vanaf het begin goede manieren en zorg dat hij zich niet verveelt. Wees altijd rustig, vastberaden en straal zelfvertrouwen uit als je met een paard in de stal bezig bent. Praat tegen je paard en sluit de deur meteen achter je. Ga aan de zijkant naast hem staan, bij zijn schouder, want daar kan hij je zien. Voorkom ongelukken door hem aan te binden als je iets in de stal moet doen. Je kunt hem ook eerst buiten zetten.

IJslanderDuwt je paard je opzij als je de stal binnenkomt, plaats dan een horizontale balk voor de deur. Dit houdt hem tegen en leert hem de gewoonte af. Wil je dat hij in de stal opzij stapt, ga dan bij de schouder staan en leg je hand op de flank. Duw zachtjes en zeg: ‘opzij’. Bind je paard aan als hij stil moet staan. Is hij onrustig, zeg: ‘sta’. Komt hij te dichtbij tijdens het voeren, zeg dan: ‘achteruit’ en daarna ‘sta’. Vul nu rustig zijn voerbak. Loopt je paard te snel voor je uit de stal in, kijk dan of hij zich niet bezeerd heeft. Is het paard altijd zo ongeduldig, doe hem dan een hoofdstel om. Dan heb je meer controle over hem.










Stalondeugden

Een paard die veel op stal staat, kan zich gaan vervelen. Verveling heeft slechte gewoontes tot gevolg die hij soms niet meer kan afleren. Zorg er daarom dat je paard gelukkig is. Hier volgen een stel tips om verveling te voorkomen.

Veel voorkomende ondeugden

Gewoonte

Waar je het aan ziet

Wat je er aan kan doen

Weven

- Het paard wiegt steeds in hetzelfde ritme zijn hoofd heen en weer.
- Soms tilt hij om en om zijn voorbenen op.
- Het paard kan ook telkens rondjes lopen in de stal.

- Zorg dat hij meer beweging krijgt en zet hem vaker buiten.
- Plaats een anti-weefrek. Hij kan dan naar buiten kijken, maar niet weven.

Anti-weefrek


Bijten

- Het paard legt zijn oren in zijn nek en bijt iedereen die in zijn buurt komt.
- Snuffelen aan je zakken kan in bijten veranderen, pas daar dus mee op.

- Laat hem duidelijk weten dat bijten niet mag. Zeg heel beslist ‘nee’ als hij dat doet.
- Als het echt nodig kun je hem een klap op de schouder of borst geven, maar nooit op het hoofd. Daar kan hij dan kopschuw van worden.
- Geef hem geen hapjes. Hij kan ervan gaan bedelen of gaan bijten. Je mag hem natuurlijk wel af en toe belonen met een paardensnoepje.
- Je kan je paard ook een muilkorf opdoen, als het te erg wordt.

Muilkorf










Kribbenbijten en luchtzuigen

- Hij zet zijn tanden ergens in, bijvoorbeeld in de staldeur. Zijn tanden kunnen er van beschadigen en hij gaat er slecht van eten.
- Kribbenbijten kan verworden tot luchtzuigen. Het paard zuigt dan ook lucht in.

- Verwijder alles waar hij zijn tanden in kan zetten. Een muilkorf helpt ook tegen kribbebijten. Spray de staldeur met speciale anti-bijtspray. Of bevestig er een metalen strip op. Ook zijn er voor luchtzuigen speciale halsbanden verkrijgbaar.

Luchtzuigerband