Gezondheid Hoefkatrolontsteking


Wat is hoefkatrol?
Op foto 1 en 2 is duidelijk te zien hoe een paardenhoef er van binnen uit ziet. Het roodomlijnde gedeelte is het pijnlijke gedeelte van hoefkatrol. Hier loopt de pees over het straalbeen heen.
Bij hoefkatrolontsteking is dit straalbeen ruw geworden door verkalking van de voedingskanaaltjes in het straalbeen en daarom doet het pijn als die pees er over heenloopt. Het paard gaat dan kreupel lopen.

Foto 1 - zijaanzicht v.d. hoef            Foto 2 - achteraanzicht v.d. hoef

    

Hoe herken je hoefkatrol?
Een paard met hoefkatrol loopt kreupel, het durft de voet
niet goed neer te zetten en vertoont vaak ook een verkorte pas.
Het been is niet dik en warm en met rust gaat het even iets beter, waarna het paard al snel weer kreupel gaat lopen. Vaak is er een voorgeschiedenis van frequenter struikelen, intermitterend manken, verbetering na rust en uitgesproken stramheid 1 dag na het werk.
Meestal zijn beide voorbenen aangetast, de een erger dan de andere.
Langzaam aan verandert de voet van vorm zodat bij chronische gevallen de voet smal en steil wordt.
Vervolgens kunnen rontgenfoto's aangeven hoe de hoef er van binnen uit ziet en wat de mate van de hoefkatrol is.

Diagnose
Een deskundig onderzoek door een dierenarts met voldoende ervaring met kreupelheid is noodzakelijk. Het onderzoek begint met het kritisch beoordelen van de stand en de gangen. Eveneens dient de vorm van de hoef en de straal en de kwaliteit van deze onderdelen bekeken te worden.
De dierenarts zal het paard verschillende malen in stap en draf (aan de hand door een ander persoon) van zich af en naar zich toe laten komen.
Dit gebeurt op harde bodem. Vervolgens worden stap en draf van opzij bekeken en tenslotte op de kleine volte, op beide handen en op harde bodem.De diagnose hoefkatrol kan tamelijk nauwkeurig vastgesteld worden door plaatselijke verdovingen. Hierbij worden de zenuwen die naar het hoefkatrolgebied lopen verdoofd. De injectie worden 1 voor 1 genomen waarbij men naar de hoef toewerkt. Na iedere injectie wordt de gang van het paard gecontroleerd op kreupelheid. Loopt het paard na het inwerken van de injectie niet meer kreupel of loopt het kreupel op het andere been, dan is duidelijk dat de pijn uit de achterste hoefhelft komt.
(hoefkatrolbestrijdingsplan, Hogere Agrarische School, Den Bosch)

Mogelijke oorzaken
Er is geen precieze oorzaak van hoefkatrol bekend, maar er zijn wel een hele reeks van mogelijke factoren. 
(hoefkatrolbestrijdingsplan, Hogere Agrarische School, Den Bosch)

Erfelijke factor: deze vererft smalle en steile hoeven. Smalle hoeven hebben een kleiner oppervlakte waardoor druk per eenheid van oppervlakte groter is, en er een groter risico op kneuzingen bestaat. Deze kneuzingen kunnen de oorzaak zijn van degeneratieve veranderingen in de hoef.
Trauma: bij paarden die onderhevig zijn aan herhaaldelijk trauma vergroot de kans op hoefkatrol. Vooral bij paarden die op harde en oneffen bodem moeten werken, paarden die veel moeten springen of paarden die erg hard werken aan hoge snelheden.
Bekapping: door het slecht bekappen en beslaan van hoeven ontstaan standafwijkingen of worden bestaande standafwijkingen benadrukt. Zo worden bij paarden met steile koot vaak de hielen een flink stuk ingekort. Hierdoor ontstaat een stand waarbij de diepe buigpees een grotere druk uitoefent op het straalbeen en er een gebroken hoef-kootbeenas ontstaat.
Lage versenen: paarden met lage versenen worden ook aangegeven als een factor die de kans op hoefkatrol doet vergroten. Deze standafwijking geeft een achterwaartse gebroken hoef-kootbeenas waardoor er een permanente uitrekking van het hoefgewricht ontstaat en er grotere krachten op de LSC (ligamente sesamoidea collateralia) en de diepe buigpees inwerken. Een derde gevolg is dat de teen steeds eerst in contact met de bodem komt.
Ouderdom: bij sommige paarden die jarenlang zwaar werk hebben verricht, ontstaat een onregelmatige of slechte bloedtoevoer naar het straalbeen. Hierdoor ontstaat demineralisatie van het straalbeen.
Economische factor: Veel paarden worden heel vroeg ingereden om vervolgens heel veel te eisen van zo'n jong paard, alleen om er winst van te kunnen maken. Het paard moet volgroeid zijn voordat er hoge eisen aan het mogen worden gesteld. Daarnaast kan te weinig beweging ook een factor zijn. Een paard is een loopdier. Dus 23 uur op stal en 1 uurtje flink werken kan nooit goed zijn.
(Bron: www.hoefkatrol.nl)