| | Goed teken | Slecht teken |
| Hoofd | - Houdt het hoog - Kijkt hoe je aan komt lopen | - Houdt het laag - Schenkt je weinig aandacht |
| Oren | - Naar voren - Voelen warm aan | - Naar achteren of hangen - Voelen koud aan |
| Ogen | - Helder, glanzend - Zalmroze membraan | - Niet helder, dof - Kijkt sip |
| Neusgaten | - Roze - Schoon | - Vol snot |
| Vacht | - Ligt plat - Ziet er glanzend uit | - Staat recht op - Dof en vlekkerig |
| Huid | - Los - Soepel | - Gespannen en droog - Pijnlijk of heeft schuurplekken |
| Ribben | - Zijn niet te zien - Je kunt ze wel voelen | - Zie je de ribben, dan is hij te dun - Voel je de ribben niet, dan is hij te dik. |
| Eetlust | - Eet zijn voer op - Kauwt goed | - Weigert voer - Heeft moeite met kauwen |
| Mest | - Zachte ballen, ze breken als ze de grond raken - Poept ongeveer acht keer per dag. | - Dun als die van een koe - Poept helemaal niet |
| Benen | - Staat in een vierkant - Rustend achterbeen is normaal, maar een rustend voorbeen is minder. | - Kreupel of hinkt - Sneeën of schaafwonden - Warm, gezwollen |