
Goede bouw
Het is moeilijk om een paard te vinden met de benen die in helemaal perfect zijn, maar hoe beter ze zijn, hoe minder kans er is op gebreken. Het paard moet ‘vierkant’ kunnen staan, met de achterbenen precies achter de voorbenen. Elk paar benen moet gelijk zijn, met even grote gewrichten, en beide benen moeten echt verticaal zijn. Vanaf de zijkant gezien moeten de benen recht zijn. De hoeven mogen niet naar binnen of naar buiten wijzen, en de pezen en gewrichten mogen niet gezwollen of pafferig zijn.
Voorbenen
|
Door een verkeerde beenstand kan het gewicht zich niet gelijkmatig verdelen over het been en wordt op sommige gebieden extra druk uitgeoefend. Als een paard bokbenig is of holle knieën heeft, drukt het gewicht op het kwetsbare gebied van de koten. Als de hoeven naar binnen of naar buiten staan, wordt er druk uitgeoefend op één zijde van de vetlok, koot en hoef.
Achterbenen
| ||||||||
Als de spronggewrichten te ver onder het paard staan, spannen de spieren zich te vroeg in de pas al. Als ze te ver naar achter staan, komt de inspanning te laat voor een goede stuwing. Koehakkigheid en O-benen verzwakken de stuwing van de achterhand, omdat de benen gebogen naar voren worden gezet, in plaats van recht.